close

Tada! Vol trots presenteren we Go XC.

Go XC, de afkoring voor "ga eens overlandvliegen!" Is een initiatief om het overland (XC) vliegen te stimuleren. We willen

met Go XC een portaalfunctie vervullen voor XC-piloten en natuurlijk aankomende XC piloten. Met name XC vliegen in Nederland willen we via www.goxc.org

onder de aandacht brengen. Door de jaren heen merkten we dat overlandvliegen vanuit Nederland in de kinderschoenen stond, maar dat er ook niet veel progressie in zag. De laatste jaren is daar wat verandering in gekomen.

Go XC heeft het initiatief genomen om een landelijke XC competitie uit te schrijven samen met de KNVvL afdeling schermvliegen. Go XC organiseert en faciliteert deze wedstrijd.

 

Top Panel
Top Panel
Top Panel
10 Tips voor succesvolle XC vluchten - Deel 3 PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Edwin Grootoonk   
zaterdag, 02 februari 2008 23:09

Dit is de laatste aflevering van een serie van 3 over "10 Tips voor succesvolle XC Vluchten"

7. Je hebt de eerste bel te pakken

Pjeew, het was werken, maar het is je gelukt. Je zit in een comfortabele bel met 2 m/s omhoog. Op 700 meter merkt je dat de bel sterker wordt. Blijf goed luisteren naar je vario. Vlieg rechtuit als de vario toeneemt. Op het moment dat het het zelfde blijft of afneemt, draai door. Vlak onder de wolkenbasis kan de bel uitgegroeid zijn tot eentje van 4 m/s.

Denk niet aan Landen! Landen gaan of iets met landen ben je niet mee bezig. Je moet je volledig concentreren op de eerste bel. Als je halverwege bent, ga je vast nadenken wat je gaat doen als je op hoogte bent. Bekijk alvast hoeveel wind er staat. (hoe sterk wordt je van het veld weg gezet). Als je bij de wolkenbasis bent, ga je vastberaden beginnen met je XC vlucht. Ging je voor een driehoek, volg de pijl op je GPS naar het eerste keerpunt (waypoint).

8. Eerste keer wolkenbasis

Cloudbase Je vario gaat te keer en het stijgen wordt steeds sterker. Het is dan ook best mogelijk dat een thermiekbel vab 1 m/s kan "uitgroeien" tot een bel van +4 m/s of meer. Overigens de genoemde waarden zijn gemiddelden over 30 seconden en geen piekwaarden. Tip: stel je vario in zodat hij gemiddelden weergeeft over een bepaalde periode. Ik heb 30 seconden als waarde ingesteld. Dat geeft mij veel meer info bij zwakke condities. Als je bijvoorbeeld geen mooi gevormde bellen hebt (d'r uit en d'r in), heb je veel meer aan gemiddelde waarden over een langer periode. Als je wel in een goede bel zit, zult je zien dat je vario bijvoorbeeld +3,5 m/s gemiddeld aangeeft, terwijl er wel pieken tussen zitten van +5 of zo.

Oké je vario gaat te keer en je ziet de wolk op je afkomen. Probeer te bepalen hoe groot de wolk is en beoordeel wat de eventuele gevaren zijn. Een stelregel die ik altijd hanteer is "gratis lift is oppassen". Wat bedoel ik daarmee: Als je aan het thermieken bent en overal waar je vliegt gaat het omhoog (ook als je rechtuit vliegt), pas dan op! Als het te makkelijk gaat, is er meestal wat aan de hand. Het kan zijn dat een front nadert, een CU aan het uitgroeien is tot een TCU of zelfs een CB. Als je merkt dat het overal omhoog gaat, zorg dan dat je direct de rand van de wolk op zoekt aan de kant van een blauw gat. Beoordeel de condities opnieuw en als je de zaak niet vertrouwt, vlieg het blauwe gat in (eventueel met oren of sprialen).

Tijdens het thermieken is het vaak lastig om te bepalen hoe ver je nog van de basis af bent. Een hulpmiddel hiervoor is om in de verte naar andere wolken te kijken. Zie je de onderkant van de die wolken en de wolken daarachter nog steeds, dan zit je nog niet aan de basis, maar als de wolken in de verte aan de onderkant horizontaal gezien op één lijn zitten, dan ben je er bijna.

Als je al thermiekend op weg bent naar de basis, maak dan alvast je plan hoe je je gaat positioneren onder die wolk. Voorkom dat je midden onder de wolk de basis bereikt waardoor je in de wolk komt. Ten eerste raak je de oriëntatie kwijt en moet wellicht oren trekken of spiralen. Hierdoor verlies je tijd en zeker bij het spiralen verlies je je oriëntatie volledig. Als je ongeveer 100 meter onder de basis bent van een redelijke wolk, vlieg dan naar de rand van de wolk. Je hebt in de meeste gevallen nog steeds lift en zo kom je mooi onder de basis aan de rand van de wolk. Kies bij het positioneren de zonkant van de wolk en ga vanaf daar verder.

9. Transitie tussen de bellen

Je zit nu comfortabel onder de wolk en weet al waar je naar toe gaat. Tijdens het thermieken heb je tijd genoeg gehad om hierover na te denken. Mocht dit toch niet het geval zijn, dan kun je de schaduw op de grond goed gebruiken om je koers te bepalen. Bepaal eerst onder welke wolk jij zit en welke schaduw "van jou" is. Als je de schaduw van je wolk gevonden hebt, kijk dan naar de volgende schaduwplek in de richting waar je waar je naar toe wilt. Als je je volgende wolk gevonden hebt, ga er dan direct op af. Treuzel niet en kom niet meer terug op je keuze (tenzij er ander factoren zijn).

Hou rekening mee dat je na het verlaten van de wolk veel sink zult tegenkomen. Direct na het verlaten van de wolk is -2 tot -3,5 m/s normaal. Dit duurt vaak een minuut of zo. Als de invloed van je "oude wolk" afneemt, zul je zien dat de sinkwaarde niet meer zo extreem is -2,5 tot -1,5 m/s zijn dan normale waardes in dooie lucht. Kom je onderweg een sinkgebied tegen, geef dan gas en doorkruis dat gebied zo snel mogelijk. Neemt de sink af, laat het gas dan weer los. Kom je door een gebied met minder sink (-1 tot 0,5 m/s) ga dan op de rem zodat je zo langzaam mogelijk door dat gebied vliegt waar de condities "gunstig" zijn.

Als je in de buurt komt van je nieuwe wolk, hou dan weer rekening mee dat je meer sink tegen zult komen. Ook hier is -3 m/s normaal. In 8 van de 10 gevallen zal je vario kort daarna gaan piepen. Tip: Ga niet direct bij de eerste piep indraaien. Wacht nog een seconde of 10-20 (meestal kort moment van sink), daarna zul je de goede krachtige bel vinden. Als je bij de eerste piep indraait, zul je merken dat het stijgen weggaat nadat je 180 graden gedraaid bent en de bel zul je niet meer terugvinden.

Je hebt je de bel gevonden en deze uitdraait, heb je meestal al een XC vlucht van 10-15 km te pakken.

10. Landing en de terugreis

Aan elke vlucht komt een einde. Probeer het moment van landen zo lang mogelijk uit te stellen. Je vlucht is pas voorbij als je aan de grond staat. Het is niet zelden dat je op 100 of 150 meter alsnog een bel oppikt. Zorg wel dat je alvast op zoek gaat naar een (nood)landingsveld als je onder de 200 meter komt. Hou rekening met hoge obstakels zoals hoogspannings- GSM- of uitzend- masten. Ga niet landen achter grote gebouwen of hoge bomen, deze zorgen voor turbulentie. Kijk naar vlaggen of rook en bepaal de grondwind. Als je helemaal geen windrichtings-indicatoren hebt, gebruik dan je GPS. verander je koers terwijl ja naar ja grondsnelheid van je GPS kijkt. De koers waarbij je snelheid het hoogst is, is de windrichting. Neem van mij aan, het lukt je echt niet om op je benen te blijven staan als je met rugwind gaat landen bij een grondsnelheid van 40 km/h.

Wat je ook kiest als landingsterrein, "neem nooit onnodig risico" Landen is een serieuze aangelegenheid. Het zou zonde zijn van een vette XC vlucht als je het verprutst bij de landing.

Als je eenmaal aan de grond staan is het eerste wat je doet GPS -> GOTO -> takeoff (ff afstand checken). Bel daarna je vrienden en deel je succes. Vergeet ook niet het thuisfront ff te bellen dat je weer veilig aan de grond staat.

Probeer na het inpakken contact te krijgen met voorbijgangers en vraag waar je bent en waar een bushalte of treinstation is. Vergeet ook niet te vragen of ze "toevallig" die kant op gaan. Voor je het weet heb je een lift en wordt je bij het station afgezet.

 

Commentaar (0)add comment

Schrijf commentaar
quote
bold
italicize
underline
strike
url
image
quote
quote
smile
wink
laugh
grin
angry
sad
shocked
cool
tongue
kiss
cry
smaller | bigger

security image
Schrijf de volgende tekens


busy
 

Christie